Category Archives: Het Tondalus project

De tien schilderijen van Tondalus’ Visoen

1de eerste pijnDe eerste pijn: de straf voor de vader, moeder en broeder moordenaars. “Parricidea”

2De tweede pijnDe tweede pijn:  de straf voor de verraders. “Proditores”

3de derde pijnDe derde pijn: de straf voor de hovaardigen.  “Superbi”

4de vierde pijn De vierde pijn: de straf voor de gierigen en vrekken. “Avari”

5de vijfde pijn De vijfde pijn: de straf voor de dieven en rovers. “Latrones”

6de zesde pijn De zesde pijn: de straf voor de zedenlozen. “Impudici”  (Frustinus)

7de zevende pijn De zevende pijn: de straf voor de leugenaars. “Mendaces”

8De achtste pijn De achtste pijn: de straf voor de onkuisen. “Impudici “( Vulcanes)

9De negende pijn De negende pijn: de straf voor de ongelovigen. “Infideles”

10de tiende pijnDe tiende pijn: de straf voor de verbroken beloften. “Fraudulatia”

13-05-2015

De tiende pijn. Fraudilatia.

In het ‘Tondalus’ visioen is de tiende pijn de straf voor verbroken beloftes, het verloochenen van God of Jezus Christus of het doen van werken die Hem verloochenen zoals: het plegen van overspel, moord, diefstal, roof. Daarnaast is deze pijn bestemd voor hovaardigen die geen waardige penitentie hebben gedaan of prelaten en machtshebbers die te belust waren op het aardse goed.

Tondalus en de engel gaan door de poort van de hel en zien Lucifer: hij heeft 100 hoofden met elk 100 tongen, is groter dan alle beesten hiervoor en qua grootte nergens mee vergelijkbaar. Hij heeft een menselijke vorm, is zwart als een raaf, heeft 1000 handen en een staart, scherp met nagelen. Elke hand en elke voet is 100 palmen lang en 10 breed met klauwen die langer waren dan een ridder zijn speer. Hij heeft een lange grote bek. Lucifer ligt op een ijzeren rooster boven gloeiende kolen, met om hem heen ontelbare zielen en duivelen met blaasbalgen en ontelbare zielen en duivelen die met hem meebranden. Lucifer ligt gebonden met gloeiende ketenen, met iedere wenteling grijpt hij zielen en vermorzelt ze. Zijn staart slaat en doorklieft ze. Met zijn adem blaast hij ze weg of haalt hij ze bijeen. Sommigen lijden eerst de mindere straf om vervolgens hier uit te komen. Hier zien we dus duidelijk dat het lijden in het vagevuur niet het ontlopen van de hel hoeft te betekenen. Lucifers’ titel, “Prins van de duisternis”, heeft hij gekregen vanwege de plaatsing die hij heeft als eerste bestrafte, en dus niet als de hoogstgeplaatste. Als Lucifer los zou breken zou hij de orde van hemel, aarde en hel kunnen verstoren. De engel leidt Tondalus weg, naar boven, naar het Licht, en zijn angst verdwijnt.

Continue reading

De negende pijn. Sacrilegus

De negende pijn: Sacrilegus

De negende pijn waarin Tondalus belandt is voor degenen die het Woord van het Heilige Schrift niet voor waarheid aannamen, de ongelovigen. Hij ervaart duisternis, ondraaglijke koude, stank en angst. Deze plaats is de bodem van de hel. Tondalus kan zich van angst niet langer verroeren waardoor de engel uit het zicht verdwijnt, daarmee Tondalus van licht en troost berovend. Na een tijd hoort hij geroep en gekrijs en ziet hij een vierkante put waaruit een stinkende kolom van rook en vuur opstijgt tot aan de hemel. In de vlammen stijgen een grote schare zielen op als vonken om vervolgens weer tot de bodem van de put te vallen.Tondalus probeert weg te komen maar bemerkt dat dit niet kan. Uit wanhoop bekrast hij zijn wangen. De duivelen horen zijn geweeklaag en bedreigen hem met de eeuwige dood. Dit is de poort van de dood, en Tondalus zal verdoemd zijn tot een eeuwige wenen en branden bij Lucifer. De duivelen zijn zwart als kolen, met gloeiende lampen als ogen en sneeuwwitte tanden. Hun staarten zijn als die van schorpioenen en zij hebben ijzeren klauwen en gierenvleugels. Zij proberen Tondalus met touwen dichterbij te trekken tot in het vuur maar de engel verjaagt hen en troost de ziel.

Continue reading

De achtste pijn: Luxuria, Vulcanus.

De achtste pijn: Luxuria, Vulcanus

De achtste pijn van Tondalus omvat de onkuisheid van het vlees. Deze pijn heeft wederom een naam: Vulcanus, naar de smid die hier de zielen smelt en smeedt op zijn aambeeld. De engel leidt de ziel over een smalle weg naar een diep dal, waar het gekrijs uit opstijgt. De duivelen komen hen tegemoet en grijpen Tondalus met gloeiende tangen en gooien hem in een gloeiende oven. Verschillende zielen worden daarin gesmolten, om vervolgens doorstoken te worden met een drietand en tot een blok gesmeed te worden op het aambeeld met twintig, dertig tegelijk. Toch is de pijn die zij lijden voor de duivelen niet genoeg. Zij worden doorgegeven aan een andere smid die de zielen tot as verbrandt. Als Tondalus hier een onbepaalde tijd geleden heeft, komt de engel de ziel weer halen. Hij vertelt Tondalus dat zij nog niet op het diepste punt van de hel zijn aangekomen. De engel geneest Tondalus en beveelt hem om hem te volgen. Continue reading

De zevende pijn. Prevaricatoria.

In het Tondalus’ visioen bevat de zevende pijn de leugenaars in de naam van God (brekers van een belofte), de valse geestelijken waaronder monniken en nonnen, kanunniken en prelaten, tezamen met de onkuisen. Op een bevroren meer zit een beest met twee vleugels en twee voeten, een ijzeren bek waar onblusbare vlammen uit stromen. Het beest verslindt iedere ziel binnen zijn bereik. Zodra ze in zijn buik verteerd zijn, spuugt hij ze weer uit. Alle zielen (zowel mannen als vrouwen) zijn verzwaard met zwangerschap en zij baren slangen/ serpenten door de buikwand heen. Deze serpenten hebben gloeiende ijzeren koppen, een scherpe bek en nagelen aan de staart waardoor zij niet zomaar uitgetrokken kunnen worden. Tondalus krijgt te horen dat ook hij deze straf zal moeten ondergaan vanwege zijn onkuisheid. Zodra Tondalus aan het beest gevoerd is en zijn serpent heeft gebaard wordt hij verlost en genezen door de engel.

Continue reading

De zesde pijn. Luxuria. (Frustinus)

De zesde pijn in het Tondalus visioen is voor de onkuisen. Deze pijn wordt geleden door wereldlijke mensen en geestelijken. Aan het einde van het voorgaande hoofdstuk vertelt de engel Tondalus dat deze pijn een naam heeft: Frustinus en dat deze een herberg heeft waar hij zoveel mogelijk gasten in wil verzamelen om ze te pijnigen. De engel en de ziel komen bij een donkere plek waar een gebouw staat, zo groot als een berg en geheel rond als een oven. Daar slaan grote vlammen uit die de zielen verbranden tot 1000 passen eromheen. Binnen in het gebouw zijn duivelen met allerhande gereedschappen zoals bijlen, houwelen, messen en zagen die de zielen villen, onthoofden of verminken.De engel vertelt Tondalus dat hij deze pijn zal moeten lijden en hoe Tondalus ook smeekt of hij deze over mag slaan, het mag niet baten. Zodra de duivelen door krijgen dat deze ziel voor hen bestemd is, grijpen wormen hem, scheuren ze hem uiteen met de genoemde gereedschappen en werpen hem in het vuur.

Continue reading

De vijfde pijn: Avaritia

In de vijfde pijn wordt Tondalus genezen door een aanraking van de engel waardoor hij hem weer kan volgen. Zij komen bij een groot meer. Er bevindt zich een grote schare van vreselijke en grote beesten in dat meer die iedere ziel wensen te verslinden. Over dit meer ligt een zeer lange en smalle brug (1 handpalm) die doorslagen is met scherpe nagelen die dwars door de voeten gaan van al diegenen die de brug betreden. Tondalus moet over deze brug gaan, die bestemd is voor dieven en rovers, met een koe, omdat hij zich ooit een koe heeft toegeëigend die niet van hem was. De engel blijft achter en Tondalus moet de straf alleen ondergaan. Halverwege de brug komt hem een andere verdoemde tegemoet, maar zij komen over elkaar heen al weten zij zelf niet hoe. Aan de overkant aangekomen ontmoet de ziel de engel weer die de voeten van Tondalus geneest.


De tekening met donkere verf overgetrokken

Ik ben  begonnen aan het vijfde schilderij in de Tondalus cyclus. De vijfde pijn is de pijn die ook door Jeroen Bosch geschilderd is in de schilderijen  “Het laatste oordeel” en “De hooiwagen”. (Zie het begin van dit relaas in het hoofdstuk Het laatste oordeel.) Continue reading

De vierde pijn: Invidia

De vierde pijn in het Tondalus visioen is bestemd voor de gierigen en vrekken. De engel en Tondalus gaan moeizaam langs een kromme weg. Tondalus ziet dan ineens een ongelofelijk groot beest, Atherons geheten. Zijn ogen zijn als vurige bergen, en zijn bek is open. In die bek staan twee giganten als pilaren, waarvan 1 op de kop. De zielen van mannen en vrouwen die zich al in de muil bevinden, worden geschroeid en door duivelen in de buik gedreven. De engel leidt Tondalus tot voor de muil en verdwijnt. Dit is de eerste pijn die Tondalus moet ondergaan; hij wordt gegrepen door de duivelen en via de muil bij de overige zielen in de buik gevoegd. Daar lijdt hij de verwoedheid van honden, beren, slangen, leeuwen en andere gedrochten, hitte en kou, stank, zwavelvuur, het vloeien van tranen, knarsen van tanden en vooral verdriet.


Ik ben eind december begonnen met het opzetten van het vierde schilderij wat betreft de gierigen en de vrekken. Het derde schilderij is bijna klaar. Hieronder de eerste opzet. Continue reading

De derde pijn: Superbia

Bij de derde pijn in het Tondalus’ Visioen worden de hovaardigen gestraft. Tondalus en de engel komen bij een zeer diep dal, sterk stinkend en donker. Zij horen het geluid van een rivier van zwavel en het roepen van de zielen die daarin gepijnigd worden. Deze pijn is erger dan de andere die ze hiervoor gezien hadden. Er loopt een smalle, lange brug (1 voet breed en 1000 voet lang) van de ene berg naar de andere, waarover alleen uitverkorenen mogen gaan. Slechts een priester komt eroverheen, de rest van de vele zielen valt van de brug in de kokende rivier waar de eeuwige verdoemenis heerst.


Eerste schets en onderschildering van het derde schilderij Continue reading